Shandong Express, deel 2
Lees ook Shandong Express, Deel 1
Een meisje met vuile kleren gaat op haar knieën langs de wachtende reizigers. Bij elk houdt ze haar hoofdje omlaag en haar bekertje met muntjes omhoog. Ze is nog jong, nog geen tien jaar oud. Ik weet dat ze bij mij extra zal aandringen. Chinezen geven niet snel aan bedelaars, buitenlanders brengen vaker wat op. Ik sta op en zoek een plaatsje in een rustiger deel van de wachtzaal. Er is net een trein vertrokken en verschillende rijen met stoeltjes zijn leeg.
Een vaste waarde onderweg in China zijn de kartonnen kommen instantnoedels, te koop voor een prikje. Boilers met warm water vind je op veel openbare plaatsen, ook op de trein. Bij de droge noedels doe je een zakje met wat kruiden, vleesextract en smaakversterker en vult op met heet water. Een plastic vorkje zit bij in de verpakking.
Onder de opgelijnde stoeltjes staan er zo twee kommen, eentje is omgevallen en de overblijvende noedelsoep vormt een grote bruine plas, vermengd met stukjes zonnebloempitten, pellen van apennoten en sigarettenpeuken. Een kuisvrouw met een brede zwabber ontfermt zich over de rotzooi. Ik zit nu gans alleen en heb dus ruim de kans om het hele tafereel gade te slaan. Opeens valt mijn oog op een bord aan de roltrap, bij de ingang van de wachtzaal. “Ik schuif aan, ik ben beschaafd, ik laat beleefd voor gaan, ik ben gelukkig.”
De kuisvrouw komt terug met een karretje en veegt alles bijeen, plastic flesjes worden apart gesorteerd. Ze draagt kaki schoenen van ruwe stof, een donkerbruine broek en een fluo oranje hemd met korte mouwen. Aan haar handen draagt ze witte handschoenen.
Ik hou nauwgezet het bord met reisinformatie in de gaten. Ik heb slecht geslapen en zou eigenlijk liefst zo snel mogelijk al rijdende mijn nacht nog even verder zetten. Mijn trein is de T180 van Guangzhou naar Jinan. Elke tien minuten lees ik een langere vertraging af. Uiteindelijk wordt omgeroepen dat de trein er is. Een grote groep mensen staat op en haast zich naar poortje nummer drie dat nog steeds gesloten is. Ik wacht geduldig tot ik zie dat de rij in beweging komt en meng me ten slotte tussen de drommende mensenmassa. Bij het passeren van het poortje krijg ik een knip in het roze vervoersbewijs.
Nu is het een kwestie van de juiste slaapplaats te vinden. Ik heb een “hard sleeper”, zeg maar de tweede klasse van de slaapwagons. Langs een kant van de wagon loopt een small gangetje langs de open compartimenten. Elk compartiment bestaat uit twee maal drie bedden, het mijne is het bovenste. Ik duw mijn rugzak op het rek boven de gang en leg de rest van mijn bagagge op mijn bed, en dan snel naar boven want er zijn er nog veel die ongeduldig langs willen op zoek naar hun eigen plek.
Terwijl de trein in beweging komt probeer ik het me zo comfortabel mogelijk te maken. Ik hou mijn kleren aan en lig bovenop het deken. Kort na het vertrek komt de conducteur mijn kaartje wisselen. In de plaats krijg ik een stevig kartonnen kaartje met het nummer van mijn plaats. Mijn echte kaartje gaat in een grote map. Een half uur voor we aankomen zal de conducteur terugkomen om het kaartje weer te wisselen, en om te verzekeren dat ik op ben en me klaar maak om af te stijgen.
Ik leg mijn hoofd op het kussen en slaap tot iets na de middag. Dat zijn toch al enkele uren die voorbij zijn. Zo'n harde slaapplaats is ook helemaal niet zo hard als het klinkt. De matras is iets dunner, maar het grootste verschil is dat bij een soft sleeper elk compartiment een eigen deur heeft. Kan van pas komen bij grote snurkers, zolang die maar niet in hetzelfde compartiment liggen.










Comments
Post new comment